BROEKSTER BOYS

We gaan terug naar seizoen 1986-1987. In het kleine Damwoude gebeurt iets bijzonders. In de tweede klasse is het heerschap van oefenmeester Herman Vreeburg de sterkste in een competitie met onder andere Urk, Drachtster Boys en WHC. Het seizoen erna treedt men op het allerhoogste amateurniveau aan tegen Rijnsburgse Boys, Quick Boys, IJsselmeervogels en ACV. Met Yko de Boer (54), Pieter Elzinga (54) en Koop Schaafsma (66) blikken we terug op een geweldige periode.

Pier Sienema

Als de vermogende zakenman Pier Sienema van Kooistra’s Kledinghuis in 1978 wordt gevraagd om iets te doen binnen de club, hoeft hij niet lang na te denken. De miljonair, tevens bekend als importeur van Philip Morris sigaretten, is jarenlang hoofdsponsor en schuift niet onder stoelen en banken dat hij omhoog wil met ‘zijn’ club. Koop Schaafsma, laatste man en volgens insiders mister Broekster Boys, over zijn komst: “Sienema was in beginsel nog niet zo nadrukkelijk aanwezig. Wel kwamen er spelers van buiten. Eerst Eddy Terpstra, later Riemer Kooistra die in 1980 met trainer Jaap de Blaauw meekwam. Riemer ging bij Sienema aan het werk.” De Boer, die als B-junior de gedurfde overstap maakt vanuit naastgelegen zondagsclub De Wâlden, vult aan: “Op den duur zat hij ook in de dug-out. Och, het was zo’n zenuwpees. Heen en weer bewegen, stompjes uitdelen.” “En af en toe ietwat onredelijk”, gaat De Boer verder. “Hij schreeuwde dan bijvoorbeeld dat iemand beter positie moest kiezen. ‘Pieter, der hast dou mutte staan!’ Dat lieten we dan maar over ons heen komen.”

‘Sienema zette de bus klem met zijn Mercedes, gaf ons gebak en reed door’

Elzinga, een flegmatieke linksbuiten, maakt net als De Boer de keuze om van De Wâlden naar Broekster Boys te gaan, in zijn geval als eerstejaars senior. “De Wâlden en Boekster Boys was toen haat en nijd. Zelf weten, zei mijn vader, maar die kleding was ik niet voor je. Geert Jansma, een echte De Wâlden man, gunde het mij wel. Je hebt gelijk, voegde hij eraan toe.” Naarmate het succes van Broekster Boys toeneemt, groeit de rol van Sienema. Samen met zijn vrouw is hij elke vrijdagavond in de weer om kippenbouten en kipfilets te garen, die de selectie op zaterdag krijgt voorgeschoteld. Ook is er vaak gebak of staan er puddingbroodjes klaar. Schaafsma: “Hij reed de spelersbus eens klem met zijn grote Mercedes, leverde gebak af en reed weer verder. Hij maakte met iedereen een praatje. Dan vertelde hij met z’n glinsterende ogen wat voor goede zaken hij had gedaan. Kleding, sigaretten, stoeltjes. Hij handelde in van alles en nog wat.” Elzinga: “De buitenwereld had nogal eens een ander beeld van hem, maar het was een goede, loyale man.” Schaafsma: “We gingen geregeld uit eten bij Van der Valk. De vrouwen mee. Hij betaalde alles. En als je een grapje maakte over een te klein toetje, stond er niet veel later een gigantische sorbet voor je neus.” Als Broekster Boys midden jaren negentig in korte tijd tweemaal degradeert, neemt de rol van Sienema af. In 2000 komt het lugubere nieuws naar buiten dat zijn levenloze lichaam op 50 kilometer van zijn appartement in Tallinn (Estland) is gevonden. Het zou gaan om een roofmoord. Het nieuws treft Broekster Boys in de ziel. Als eerbetoon doopt de club de tribune in 2003 om tot de Pier Sienema-tribune.

Opmars jaren 80

De hegemonie van de in 1956 opgerichte dorpsclub begint in de lente van 1981 als de kampioensvlag kan worden gehesen in de vierde klasse B. De Broek, zoals de club in de omgeving genoemd wordt, heeft op de slotdag alle geluk. De rood-zwarten gaan zelf met 3-1 ten onder bij een bloedfanatiek VV Zwaagwesteinde, maar zien naaste concurrent ’t Fean ’58 verrassend gelijkspelen bij degradant VV Aduard. Koop Schaafsma blikt terug: “We moesten een minuut of twintig wachten, omdat ze later waren begonnen. We zagen de bui al hangen. Toen kwam het verlossende telefoontje; Aduard flikte het. Euforie alom.” Na tweemaal een tweede plaats in de derde klasse is het in mei 1984 wéér raak: de titel is een feit na een 2-1 thuisoverwinning tegen streekgenoot VVT. Ruim duizend toeschouwers kijken mee. Wederom drie jaar later is het Damwâldster elftal ook de ijzersterke tweede klasse de baas. De cijfers zijn mieters: 14 overwinningen, 8 gelijke spelen en geen enkele nederlaag. Op 23 mei 1987 gaat de kampioensschaal mee de bus in uit vissersdorp Urk, waar de plaatselijke vechtploeg razendknap met 1-3 wordt verslagen. Voor de drie meegekomen supportersbussen volgt een rumoerige terugreis. En dus treedt het kleine Broekster Boys toe tot de absolute top van het amateurvoetbal. De Boer: “We waren uitgegroeid tot een degelijke ploeg, met voornamelijk eigen jongens. Terpstra was al weg, Riemer was er nog en Ate Storm kwam over van Harkemase Boys. Verder waren het jongens uit het dorp.” Schaafsma: “Degelijk, met individuele kwaliteiten. We konden ontiegelijk slecht spelen en toch winnen. In het kampioensjaar wonnen we op die manier bij Be Quick ’28 in Zwolle. De boel dichthouden en volstrekt tegen de verhouding in de 0-1 maken.” Broekster Boys wint tussen 1967 en 1987 overigens zesmaal het prestigieuze Friesch Dagblad-toernooi, waarvan viermaal op rij vanaf 1984.

Kwaliteiten

Na de titel in de tweede klasse treedt het nietige Broekster Boys in 1987 ineens toe tot het hoogste amateurniveau in Nederland, met onmiskenbare bolwerken als Rijnsburgse Boys, Quick Boys, Noordwijk, ACV en IJsselmeervogels als opponenten. Sienema, die gekscherend de Berlusconi van de Broek wordt genoemd, kan zijn geluk niet op. Voor Elzinga begint zijn periode bij Broekster Boys in de eerste klasse, nog ver voor de invoering van de hoofdklasse. “Met de Wâlden speelde ik vijf klassen lager. Op zondag kwamen er vijftig mensen kijken. Een meervoud daarvan kwam alleen al bij de trainingen bij Broekster Boys kijken.” Het talent van Elzinga maakt hem meteen basisspeler. Schaafsma over de junior: “Een tikkeltje flegmatiek, op een goede manier. Pieter had een uitstekende passeeractie en dribbel. Hij scoorde regelmatig en slingerde corners knap voor de goal.”

De mannen sommen elkaars kwaliteiten op. De Boer over Schaafsma: “Een speler met overzicht en inzicht. Hij kon het spel lezen. Een uitstekende kopper ook.” Schaafsma begon op 9-jarige leeftijd bij Broekster Boys en houdt het tot zijn 55ste vol. Ongekend. Hij is zestien als hij debuteert in het vlaggenschip, waar hij als 37-jarige afscheid neemt. “Toen ik 43 was heb ik zelfs nog een paar keer een helft meegedaan. Ik was eerst centrale verdediger, totdat zo’n jongen van sc Heerenveen bij ons kwam. Die wilde daar staan, omdat ie geen zin had om als voorstopper achter een man aan te lopen. Later ben ik jarenlang voorstopper en zelfs een jaar middenvelder geweest.” De Boer moet lachen om ‘die jongen van Heerenveen’: “Jurna, haha, die tikte ik op de training meteen een bal door de benen. Zat ie het uur erna constant achter mij aan.” De Boer is dik tien jaar lang - met uitstapjes naar FVC en eerstedivisionist SC Veendam - een drijvende kracht op het middenveld. Elzinga: “De mig hè, de vlieg. Hij was overal in het veld.” Schaafsma: “Je moest Yko drie keer voorbij. Als controleur op het middenveld verdeelde hij het spel.” De Boer voegt eraan toe dat hij bloedfanatiek was: “Zelfs op m’n 33ste kon ik ziek zijn van een nederlaag.”

Vijftien lease auto’s op rij, jongens die 20.000 gulden kregen. En dan kwamen wij aanlopen’

IJsselmeervogels-thuis

In de eerste klasse komt het roemruchte IJsselmeervogels al vroeg in het seizoen op bezoek. Iedereen wil erbij bij zijn. Broekster Boys legt speciaal voor de spelers een brug naar het veld aan, zodat ze de mensenmassa vermijden. Meer dan 1.500 supporters zijn aanwezig. Zij zien een oneerlijke strijd (1-5), zoals het dat hele seizoen vechten tegen de bierkaai is. Schaafsma: “Het verschil met de tweede klasse was natuurlijk groot, al waren wij echt amateurs in een andere wereld. Kwamen wij bij Noordwijk, stonden daar vijftien lease auto’s op een rij.” Elzinga: “Bij die grote clubs zat zoveel geld. Er speelden goede oud-profs en zeer talentvolle spelers. Sommige gasten kregen 20.000 gulden per jaar. Wij waren teveel onder de indruk.” De Boer beaamt dat: “Het waren de wetten van het topamateurvoetbal. We waren geregeld kansloos, maar konden ook heel leuk meedoen. Toch stonden we in dat soort wedstrijden met lege handen.” Het verblijf in de eerste klasse blijft bij een jaar, maar in de tweede klasse is Broekster Boys tussen 1988 en 1991 een gevreesd en stabiel elftal. De naam van oefenmeester Jan Schulting valt. De Boer: “Onder Schulting werden we een gedisciplineerde ploeg. In die jaren haalde Sienema de nodige spelers naar de club, maar onder Schulting was het aanpassen of wegwezen. Je moest trainen, aanwezig zijn en alles geven. Ik weet nog dat iemand zich afmeldde voor de week erna. Tentamens. Dan moest je niet bij Schulting zijn, haha. ‘Slecht gepland, dit accepteer ik niet, dus je bent er gewoon’, zei hij dan.” Schaafsma: “Hij eiste veel van ons. We waren fit, het niveau ging omhoog. Tijdens de trainingen ging het wel eens over het randje. Met die scherpte gingen we echter wel de zaterdag in.” In het laatste seizoen van Schulting, 1990-1991, kan de kampioensvlag wederom worden gehesen, waarmee Broekster Boys voor de tweede keer op het hoogste amateurtoneel verschijnt. Maar liefst vier jaar lang houden ze het vol. Een prestatie van formaat.

‘Vul het zelf maar in, zei trainer Koko Hoekstra. Dat werkte niet bij iedereen’

Waar in het laatste jaar van Schulting nieuwelingen als Sjoerd Jan Eppinga (Drachten), Gerard Kaspers (Nicator) en doelman Anthoon Elsinga (Zeerobben) direct impact hebben op het team, daar is dat in de succesvolle jaren erna niet altijd het geval. De Boer: “In 1992 kwamen Marcel Valk en de tweeling Henk en Robert Herder bij ons spelen, met Koko Hoekstra als trainer. Drie uitstekende spelers, maar ze kwamen met andere verwachtingen.” Elzinga: “We handhaafden ons keurig op het hoogste niveau, maar die mannen hadden moeite met de visie van Hoekstra. Hij had niet echt een plan. We hadden kwaliteit te over, we konden het zelf wel invullen, vond Hoekstra. Dat werkte niet voor iedereen, zeker niet na de rechtlijnigheid van Schulting.” Marcel Valk en Robert Herder – samen goed voor achttien treffers – verkassen halverwege het seizoen al naar Germanicus. Henk Herder maakt het seizoen af, maar vertrekt erna ook. Elzinga noemt terloops het aantrekken van de charismatische Jouke Faber, die van Drachten komt en waar hij het nodige van opsteekt. “Hij gaf van die kleine, simpele aanwijzingen. Hoe ik moest vrijlopen of moest draaien met iemand in de rug.” De Boer: “Iemand met een stadsmentaliteit, een vlotte babbel. Als Jouke werd gewisseld vanwege een mindere pot, ging hij vaak strompelend het veld af. Het publiek dacht dan aan een blessure. Hij wilde geen gezichtsverlies lijden.”

Van Quick Boys naar ’t Fean ‘58

Meest opzienbarend was misschien wel de komst van Ray Richardson, die vanuit de eredivisie rechtstreeks van RKC naar Damwoude ging. “Hij kreeg een baan bij Sienema en vast nog wat meer”, aldus De Boer. Elzinga: “Maar welke jongens ook kwamen, we bleven altijd een team. Ze pasten zich aan en vonden het prettig om hier te spelen.” Schaafsma: “De omgeving was knus en gezellig, terwijl we ons op sportief vlak drie jaar op rij staande hielden in de eerste klasse. In dat laatste jaar ontbrak het heilig vuur. We verloren volgens mij meteen zes wedstrijden op rij.” Uiteindelijk valt het doek in 1995, nadat de FIOD een jaar eerder met het nodige machtsvertoon een inval bij de club doet, in verband met een twijfelachtige boekhouding. Er volgt een navordering van een miljoen gulden. In 1996 treft men een schikking waarmee beide partijen kunnen leven. Een jaar later, als de hoofdklasse is ingevoerd, degradeert Broekster Boys – samen met streekrivaal Be Quick Dokkum – naar de tweede klasse. Een seizoen erna worden de degens gekruist met Friese Boys, Workum en ’t Fean 58. Het gouden tijdperk is voorgoed passé en ergens heeft iedereen daar binnen de club wel vrede mee. “Al hadden we dit absoluut niet willen missen”, sluit Schaafsma af. De Boer en Elzinga knikken instemmend.

 

Jelle Teitsma